**1.** De klager en de beklaagde, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord;
**2.** Het horen geschiedt door de klachtenbehandelaar en de voorzitter van de gemeenteraad, of hun plaatsvervanger als de klacht één van genoemde functionarissen zelf betreft;
**3.** Het horen dient binnen vier weken na de datum waarop alle relevante bescheiden zijn ontvangen en wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3;
**4.** Indien de klachtenbehandelaar, tijdens het horen, blijkt dat verzoening tussen partijen plaatsvindt, maakt hij daarvan een verslag op dat door beide partijen wordt ondertekend en wordt meegezonden met het advies;
**5.** Van het horen van de klager en/of de beklaagde, kan worden afgezien indien zij hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, dan wel indien het klaagschrift kennelijk ongegrond is;
**6.** Op verzoek van de klager of de beklaagde, dan wel op eigen initiatief, kan de klachtenbehandelaar, gelet op de specifieke situatie, ervoor kiezen beide partijen afzonderlijk te horen;
**7.** Van het horen wordt een verslag gemaakt.