Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Horen klager en beklaagde

Onderdeel van Klachtenverordening 2011

1. De klager en de beklaagde, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord; 2. Het horen geschiedt door de klachtenbehandelaar en de voorzitter van de gemeenteraad, of hun plaatsvervanger als de klacht één van genoemde functionarissen zelf betreft; 3. Het horen dient binnen vier weken na de datum waarop alle relevante bescheiden zijn ontvangen en wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3; 4. Indien de klachtenbehandelaar, tijdens het horen, blijkt dat verzoening tussen partijen plaatsvindt, maakt hij daarvan een verslag op dat door beide partijen wordt ondertekend en wordt meegezonden met het advies; 5. Van het horen van de klager en/of de beklaagde, kan worden afgezien indien zij hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, dan wel indien het klaagschrift kennelijk ongegrond is; 6. Op verzoek van de klager of de beklaagde, dan wel op eigen initiatief, kan de klachtenbehandelaar, gelet op de specifieke situatie, ervoor kiezen beide partijen afzonderlijk te horen; 7. Van het horen wordt een verslag gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel