Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 29 juni 1999.

De secretaris, De burgemeester,

Dr. G. de Kleijn mr. A.H. Brouwer-Korf

PUBLICATIEDATUM:

De Archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276 en 277) en het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671), en dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld op grond van de in de aanhef van de verordening genoemde artikelen in de Archiefwet 1995. Voorzover relevant is uitgegaan van de modelverordening zoals die medio 1996 is opgesteld door een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van onder meer de VNG, de Kring van Gemeentearchivarissen en het Overleg van Provinciale Archiefinspecteurs.

De verordening bestaat in hoofdzaak uit drie gedeelten, namelijk de regeling voor de zorg die het college van burgemeester en wethouders draagt voor de archieven van de gemeentelijke organen, het beheer van de archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Deze verordening is, evenals wet en besluit, niet alleen van toepassing op klassieke, papieren archiefbescheiden, maar ook op moderne, digitale informatiedragers. Hoofdstuk III bevat een uitwerking van het begrip 'zorg', dat in de Archiefwet 1995 niet wordt gedefinieerd. Wat voldoende en doelmatige archiefruimten zijn (art. 3), is geregeld in het Archiefbesluit 1995. Hoofdstuk IV bevat bepalingen die vroeger vaak werden opgenomen in een instructie voor de archivaris, maar die met het oog op de externe werking beter in een verordening passen. Uitwerkingsvoorschriften voor dit beheer zijn gegeven bij het in 1990 door burgemeester en wethouders vastgestelde Reglement op het beheer van de overgebrachte archieven. Ook documentaire collecties zijn onder de werking van de verordening gebracht. Veelal bevatten deze collecties ook archiefbescheiden en geschiedt het beheer door de archivaris op dezelfde wijze. Hoofdstuk V is een uitwerking van het toezicht bedoeld in art. 32 tweede lid van de wet.