De beheerder van een op het tijdstip van het in werking treden van deze verordening bestaande installatie of degene die een installatie in aanbouw heeft, is gehouden binnen een maand na dat tijdstip aan Burgemeester en Wethouders van het bestaan of het in aanbouw zijn van die installatie schriftelijk kennis te geven.
KEURING VOOR HET IN GEBRUIK STELLEN VAN EEN INSTALLATIE
Hoofdstuk
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening betreffende de samenstelling, het gebruik en het onderhoud van liften