Naar hoofdinhoud
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd een installatie buiten gebruik te stellen of te doen stellen door een lastgeving en/of verzegeling van de installatie of een gedeelte daarvan en/of het ontoegankelijk maken van de toegangen tot de installatie, indien: in strijd is gehandeld met het verbod van artikel 5, eerste lid; niet is voldaan aan de verplichting genoemd in artikel 6, eerste lid; niet is voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 6, tweede lid c.q. zolang de in het aldaar bedoelde rapport vermelde voorzieningen niet zijn genomen en in orde zijn bevonden; niet is voldaan aan een lastgeving als bedoeld in artikel 8, nadat de eventueel verlengde termijn als bedoeld in artikel 8, derde lid, is verstreken; de veiligheid een direct ingrijpen vergt; de beheerder dit verzoekt; Indien een installatie buiten gebruik is gesteld behoeft niet te worden voldaan aan een lastgeving als bedoeld in artikel 8. 3. Een buiten-gebruikstelling als bedoeld in artikel 1 wordt op verzoek van de beheerder opgeheven, indien het een geval betreft als bedoeld in: het eerste lid onder a of b, nadat een certificaat van deugdelijkheid is overgelegd; het eerste lid onder c, nadat de bedoelde maatregelen ten genoegen van Burgemeester en Wethouders zijn genomen, en alsnog een certificaat van deugdelijkheid is overgelegd; het eerste lid onder d, nadat aan de lastgeving is voldaan; het eerste lid onder e, nadat een nieuw certificaat van deugdelijkheid is overgelegd, c.q. Burgemeester en Wethouders de aanleiding tot de buitengebruikstelling niet meer aanwezig achten; het eerste lid onder f, indien de beheerder de buitengebruikstelling wenst te beëindigen en een geldig certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 5 of 6 kan worden overgelegd. Het is verboden een installatie te gebruiken welke overeenkomstig het bepaalde in eerste lid buiten gebruik is gesteld. BEROEP

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel