Naar hoofdinhoud
Nadat het eerste certificaat van deugdelijkheid is afgegeven, draagt de beheerder er zorg voor dat de installatie periodiek en voorts zo dikwijls als Burgemeester en Wethouders zulks nodig oordelen door een deskundige wordt gekeurd. Het naar aanleiding van die keuring door de deskundige afgegeven certificaat van deugdelijkheid moet in afschrift worden overgelegd aan het Hoofd van Bouw- en Woningtoezicht. Indien de installatie blijkens een keuring niet voldoet aan de in artikel 3 gestelde eisen moeten in een rapport de voorzieningen worden vermeld die nodig zijn om de installatie alsnog aan die eisen te doen beantwoorden. Het rapport moet binnen één maand nadat de keuring heeft plaatsgevonden in afschrift worden overgelegd aan het Hoofd van Bouw en Woningtoezicht. De periodieke keuring als bedoeld in het eerste lid dient plaats te vinden met de volgende frequenties: hangsteigers: één maal per jaar; goederenliften, met de hand gedreven personenliften, roltrappen, rolpaden, paternosterliften, hefplateaus voor invaliden en trapliften anders dan in woningen voor gezinnen en dergelijke: één maal per 18 maanden; trapliften in woningen voor gezinnen en dergelijke, balansliften, orkest-, toneel-, etalage- en lijkenliften: één maal per vier jaar. De in het eerste lid bedoelde keuring behoeft niet plaats te vinden indien en zolang de installatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 buiten gebruik is gesteld. Het certificaat van deugdelijkheid moet door de beheerder aan de in artikel 12 bedoelde ambtenaren op hun verzoek ter inzage worden gegeven. MELDINGSPLICHT BIJ ONGEVALLEN

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel