1. 1. Indien de aanvrager houder is van een reeds eerder uitgereikte identiteitskaart, wordt een aanvraag van een nieuwe identiteitskaart slechts in behandeling genomen als de eerder uitgereikte identiteitskaart kan worden ingehouden of, als de aanvrager de identiteitskaart vermist, hij bij de aanvraag een schriftelijke verklaring over de vermissing overlegt.
  2. 2. Indien de aanvrager houder is van een reeds eerder uitgereikte identiteitskaart en deze niet kan worden overgelegd bij de aanvraag, dan vergelijken burgemeester en wethouders de identiteitsgegevens van de aanvrager met de aanvraagbescheiden van de eerder uitgereikte kaart.
  3. 3. Het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op identiteitskaarten die door burgemeester en wethouders van een andere gemeente zijn uitgereikt. Burgemeester en wethouders vragen in dat geval de aanvraagbescheiden op bij burgemeester en wethouders van die gemeente.
  4. 4. De aanvraagbescheiden worden door de ontvangende gemeente bewaard op gelijke wijze als de eigen aanvraagbescheiden worden bewaard.
  5. 5. Indien een eerder aan de houder uitgereikte identiteitskaart niet is ingehouden bij de aanvraag van een nieuwe kaart, dan wordt de nieuwe kaart alleen uitgereikt tegen gelijktijdige inlevering van de oude kaart of tegen de verklaring als bedoeld in het eerste lid.