1.Deze beleidsregels gelden bij de heffing van gemeentelijke belastingen in de zin van
artikel 219 van de Gemeentewet, met dien verstande dat onder gemeentelijke belastingen
mede worden begrepen rechten en heffingen die door de gemeente kunnen worden geheven.
- - Voor de toepassing van deze uitvoeringsregels wordt verstaan onder:
- - de ambtshalve vermindering: de vermindering, ontheffing, teruggaaf of vrijstelling van
belastingen bedoeld in artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel
244 van de Gemeentewet. Onder vermindering van een belastingaanslag wordt mede
verstaan de vernietiging van een belastingaanslag;
b.de belanghebbende: de belastingplichtige of degene die de belasting als hoofdelijk
medeaansprakelijke heeft betaald;
c.de belastingplichtige: degene die de belasting verschuldigd is of degene aan wie een
belastingaanslag is opgelegd.
d.de driejaarstermijn: de termijn door welk verloop na het tijdstip van het ontstaan van de
belastingschuld op voet van artikel 11, derde lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag vervalt.
e.het bedrag van de vermindering: de vermindering van het belastingbedrag vermeerderd
e. met (het daaraan toe te rekenen gedeelte van) de bestuurlijke boete of de
e. kostenopslag, indien een bestuurlijke boete of kostenopslag is toegepast. Het bedrag van
de vermindering wordt berekend per belastingaanslag.
f.de belastingaanslag: de aanslag bedoeld in artikel 2, derde lid, onder e, van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat voor de toepassing van deze
uitvoeringsregels wordt verstaan onder:
- - de aanslag, de voorlopige aanslag, de navorderingsaanslag: het gevorderde bedrag,
onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde, het nagevorderde bedrag;
- - het aanslagbiljet: de kennisgeving van het in onderdeel 1. bedoelde bedrag.
- - de belastingwet: algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels op het gebied
van gemeentelijke belastingen.
h.de woz-beschikking: de voor bezwaar vatbare beschikking bedoeld in artikel 22, eerste lid,
h. 26, eerste lid 27, eerste lid en 28 van de Wet WOZ