Ter verduidelijking wordt hier nogmaals aangegeven dat op voorstel van leden van de raad, bij raadsbesluit, een onderzoek kan worden ingesteld naar het door het college of burgemeester gevoerde bestuur. Met betrekking tot voorstellen is het bepaalde omtrent een initiatiefvoorstel in artikel 38 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van toepassing.
Indien de raad tot een onderzoek besloten heeft, dient in een volgende raadsvergadering besloten te worden omtrent het aantal leden dat in de onderzoekscommissie plaats zal nemen en welke leden dat zijn.
De Gemeentewet bepaalt hierover in artikel 155a, derde en vierde lid, dat de onderzoekscommissie uitsluitend uit leden van de raad bestaat. Dit moeten er ten minste drie zijn, waarbij de raad bij de samenstelling zorg draagt voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen. Omdat het denkbaar is dat hieromtrent nader overleg tussen raadsfracties nodig is, is dit besluitmoment verschoven naar een volgende raadsvergadering na het besluit tot het instellen van een onderzoek. In het vierde lid is de mogelijkheid geschapen dat de raad eerst besluit om een voorbereidingscommissie in te stellen, die ter voorbereiding van het onderzoek een aantal handelingen verricht.
Het derde lid bepaalt dat er bij de instelling van de onderzoekscommissie wordt vastgesteld hoe en op welk moment deze commissie aan de raad rapporteert. Voorstelbaar zou zijn dat hier bepaald wordt dat de voorzitter in elke raadsvergadering een kort verslag doet omtrent de vorderingen.
Hoofdstuk
Artikel 2