Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.3 › Paragraaf 1.3.1

Artikel 10

Waardering en afschrijving vaste activa

Onderdeel van Financiële verordening 212/2005

1.. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden lineair in maximaal 5 jaar afgeschreven. 2.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 3.. De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden lineair afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Als richtlijn worden de volgende termijnen gehanteerd: 50 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; 60 jaar: rioleringen; 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en bedrijfsgebouwen; 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen en motorvaartuigen; 10 jaar:veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken;nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen; 8 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten; personenauto’s en lichte motorvoertuigen; 4 jaar: automatiseringsapparatuur en software; niet: gronden en terreinen. Van deze richtlijnen kan door het college worden afgeweken binnen de wettelijke kaders. 4.. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 25.000,-- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. 5.. Aankoop en vervaardiging van vaste activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves zo veel mogelijk ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan kan in de begroting worden afgeweken. In geval van activering van activa met een meerjarig maatschappelijk nut in de openbare ruimte door middel van vaststelling van de begroting door de raad, wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur of een kortere door de raad aan te geven tijdsduur.

Rechtspraak bij dit artikel