1.. Het belastingtijdvak voor de standplaatsen als bedoeld in artikel 2, eerste lid 1 is gelijk aan een maand.

2.. Het belastingtijdvak voor de standplaatsen als bedoeld in artikel 2, tweede lid is gelijk aan een periode van twaalf maanden welke aanvangt op 1 juli van een jaar en eindigt op 30 juni van het jaar daaropvolgend.