1. 1. Eén raadslid opent het debat. Het raadslid geeft in drie tot vijf minuten de argumenten voor of tegen een voorstel.
  2. 2. Vervolgens vindt het debat plaats met in beginsel één woordvoerder per fractie.
  3. 3. Raadsleden kunnen zich aanmelden voor het openen van het debat. Bij aanmelding van meerdere personen vindt onderling overleg plaats. Komt men er niet uit, dan bepaalt het presidium wie opent.
  4. 4. De voorzitter geeft de portefeuillehouder gelegenheid te reageren.
  5. 5. De voorzitter bewaakt de geraamde spreektijd.
  6. 6. De voorzitter kan een afwijkend voorstel doen over de spreekregels en de spreektijd.