Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Verordening op de Commissie voor Welstand- en Monumenten

1.. De nieuwe leden en de plaatsvervangende leden van de commissie, worden voor een periode van twee jaar benoemd en zijn als lid of plaatsvervangend lid onmiddellijk herbenoembaar voor nog één zittingsperiode van twee jaar. 2.. Een lid en een plaatsvervangend lid dat aftreedt of ontslag neemt, blijft lid of plaatsvervangend lid totdat zijn opvolger de benoeming heeft aanvaard, doch nooit langer dan een half jaar. 3.. Een lid en een plaatsvervangend lid, dat anders dan tengevolge van een periodieke aftreding ter vervulling van een opengevallen plaats wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats dit lid of plaatsvervangend lid is benoemd, moest aftreden. De mogelijkheid tot een éénmalige herbenoeming blijft terzake aanwezig. 4.. Aftredende en plaatsvervangende leden zijn, behoudens de mogelijkheid tot een éénmalige herbenoeming, eerst na vier jaar weer herbenoembaar. 5.. Voor de reeds benoemde leden en voorzitter geldt een overgangsregeling. Leden die voor een periode van vier jaar zijn benoemd zijn niet herbenoembaar. Reeds benoemde leden die na een periode van vier jaar zijn herbenoemd voor nogmaals een periode van vier jaar, blijven gedurende die gehele periode lid.

Rechtspraak bij dit artikel