**1..** De nieuwe leden en de plaatsvervangende leden van de commissie,
worden voor een periode van twee jaar benoemd en zijn als lid of
plaatsvervangend lid onmiddellijk herbenoembaar voor nog één
zittingsperiode van twee jaar.
**2..** Een lid en een plaatsvervangend lid dat aftreedt of ontslag neemt,
blijft lid of plaatsvervangend lid totdat zijn opvolger de benoeming
heeft aanvaard, doch nooit langer dan een half jaar.
**3..** Een lid en een plaatsvervangend lid, dat anders dan tengevolge van
een periodieke aftreding ter vervulling van een opengevallen plaats
wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens
plaats dit lid of plaatsvervangend lid is benoemd, moest aftreden.
De mogelijkheid tot een éénmalige herbenoeming blijft terzake
aanwezig.
**4..** Aftredende en plaatsvervangende leden zijn, behoudens de
mogelijkheid tot een éénmalige herbenoeming, eerst na vier jaar weer
herbenoembaar.
**5..** Voor de reeds benoemde leden en voorzitter geldt een
overgangsregeling. Leden die voor een periode van vier jaar zijn
benoemd zijn niet herbenoembaar. Reeds benoemde leden die na een
periode van vier jaar zijn herbenoemd voor nogmaals een periode van
vier jaar, blijven gedurende die gehele periode lid.
Hoofdstuk III
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verordening op de Commissie voor Welstand- en Monumenten