Naar hoofdinhoud

Afdeling I

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Verordening op de Commissie voor Welstand- en Monumenten

1.. Bij wijze van een raadsbesluit kan voor een groot bouwkundig project, stadsdeel en/of stadsuitbreiding op het grondgebied van Utrecht een aparte Welstandskamer worden opgericht, die voor het/de betreffende bouwkundige project, stadsdeel en/of stadsuitbreiding de werkzaamheden van de commissie overneemt. 2.. De Welstandskamer bestaat uit zes leden waaronder de voorzitter en voorts uit een secretaris. 3.. Als ambtelijk adviseur wordt aan de Welstandskamer toegevoegd een stedenbouwkundige van de daarvoor verantwoordelijke dienst, danwel een door de directeur van die dienst aan te wijzen vervanger. 4.. Bij behandeling van monumenten zal ter advisering een deskundige op het gebied van monumentenzorg uit de commissie gevraagd worden de betreffende vergadering bij te wonen. 5.. Van de vijf gewone leden dienen er minimaal drie op het gebied van welstand deskundig te zijn en minimaal één op het gebied van stedenbouw. 6.. De voorzitter, de secretaris en de adjunct-secretaris van de commissie fungeren tevens als voorzitter respectievelijk secretaris en adjunct-secretaris van de Welstandskamer. 7.. De leden en plaatsvervangende leden worden op voorstel van burgemeester en wethouders, gehoord de commissie Ruimtelijke Ordening en Wonen, door de Gemeenteraad benoemd. 8.. De Welstandskamer benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter. 9.. De Welstandskamer wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door het ambtelijk secretariaat van de commissie.

Rechtspraak bij dit artikel