De omvang van het huishouden moet passen bij de grootte van de woonruimte.
Bij de toepassing van lid 1 wordt de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding tussen het aantal leden van het huishouden en het daarbij ten hoogste toegestane aantal kamers van de woonruimte gehanteerd:
Omvang huishouden
Maximum kameraantal
1 persoon
3
2 personen
4
3 personen
4
4 personen
5
5 personen
5
6 personen
6
3.Voor de toepassing van de in het vorige lid weergegeven tabel telt het hoofd van het huishouden bij éénouderhuishoudens voor twee personen.