Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 29

WWB

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB 2009

Artikel 29 WWB maakt het mogelijk om de toeslag voor alleenstaanden van 21 en 22 jaar lager vast te stellen, omdat het minimumloon voor hen lager ligt dan voor de alleenstaande vanaf 23 jaar. De wet zelf kent dit onderscheid niet. De toeslag wordt derhalve zodanig verlaagd dat er een prikkel tot het aanvaarden van werk blijft bestaan. Dit artikel is nadrukkelijk alleen van toepassing op alleenstaanden en geldt dus niet voor alleenstaande ouders en gehuwden. Met de zinsnede dat de verlaging niet wordt toegepast indien de verlaging volgens de artikelen 5 en 6 reeds zijn toegepast, wordt geregeld dat niet gelijktijdig gebruik gemaakt kan worden van deze verlagingsgronden. Een samenloop van artikel 6 met artikel 7 is overigens bij wet vastgelegd (artikel 30, lid 2 onderdeel b WWB). Als reeds een verlaging van toepassing is als gevolg van het ontbreken van woonkosten of wegens het recent beëindigen van een opleiding, blijft dus een verdere verlaging op basis van 21  of 22 jarige leeftijd achterwege. In onderdeel a is opgenomen dat de toeslag als genoemd in artikel 3 voor een 21 jarige alleenstaande wordt verlaagd tot nihil. Of men alleen een woning bewoont of kosten met een ander kan delen maakt daarbij geen verschil. In alle gevallen wordt de bijstandsuitkering afgetopt tot de norm als bedoeld in artikel 21, eerste lid onder a. In onderdeel b wordt bepaald dat de toeslag als genoemd in artikel 3 voor een 22 jarige alleenstaande in alle gevallen wordt verlaagd tot 10%. Of kosten al dan niet kunnen worden gedeeld met een ander maakt daarbij geen verschil. Ten aanzien van alleenstaanden van 21 of 22 jaar is volgens de Centrale Raad van Beroep 11 april 2000 , nrs 00/1123 NABW-VV, 001081 NABW (JABW 2000/97) geen plaats voor een op de betrokken gerichte beoordeling, zodat bij uitstroombelemmeringen ook verlaging aan de orde kan zijn. Dit laat onverlet dat de gemeente de bijstand op basis van artikel 18, lid 1 WWB afwijkend moet vaststellen indien de individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven. Bij crisisopvang/sociaal pension in het Verdihuis heeft de belanghebbende geen invloed op de hoogte van de pensionprijs. Dat is een vaste prijs. Aangezien is vastgesteld dat bij aftopping de uitkering in deze situatie ontoereikend is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan (pensionprijs en persoonlijke uitgaven) te voorzien, blijft de verlaging voor 21/22-jarigen geheel achterwege zolang men in de crisisopvang/ sociaal pension van het Verdihuis verblijft. Deze uitzondering geldt nadrukkelijk niet voor het begeleid kamerwonen via het Verdihuis. Belanghebbenden zijn dan immers geen pensionprijs, maar een voor kamerbewoning gebruikelijke huur verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel