Bij de subsidieverstrekking gelden de volgende toetsingscriteria:
- - De subsidie ten behoeve van de kosten van sporttechnisch jeugdkader wordt berekend door per uur training/per trainer maximaal de vastgestelde groepsgrootte mee te tellen voor subsidiëring. Indien de daadwerkelijke grootte van de groep kleiner is dan de vastgestelde groepsgrootte wordt slechts het werkelijke aantal jeugdleden meegeteld. Het totaal aantal leden dat in aanmerking komt voor subsidie wordt gedeeld door de groepsgrootte als bedoeld in sub d vermenigvuldigd met de correctiefactor, behorend bij de groepsgrootte, als bedoeld in c en vervolgens vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per uur als bedoeld in artikel 3;
- - Als jeugdleden voor de berekening zoals bedoeld in sub a worden uitsluitend in aanmerking genomen de jeugdleden die getraind worden door daartoe bevoegd kader op 1 september van het jaar waarin subsidie wordt gevraagd;
- - De correctiefactoren voor de groepsgrootte genoemd in sub a zijn:
- - Bij een groepsgrootte van 8 leden de factor 1,75;
- - Bij een groepsgrootte van 12 leden de factor 1,17;
- - Bij een groepsgrootte van 14 leden de factor 1;
- - Bij een groepsgrootte van 16 leden de factor 0,875;
- - Bij een groepsgrootte van 20 leden de factor 0,7.
- - De groepsgrootte , die geldt voor de desbetreffende tak van sport, wordt vastgesteld door de SRO Amersfoort B.V.;
- - Voor iedere groep waaraan training wordt gegeven door bevoegd kader komt maximaal twee uur training per week in aanmerking voor subsidiëring. De training dient per groep per week ten minste 45 minuten te bedragen;
- - Indien een trainer in de loop van het jaar zijn bevoegdheid als bedoeld in deze subsidieregeling verkrijgt zal de subsidie naar rato verleend worden over het aantal maanden dat de trainer bevoegd is;
- - Uitgegaan wordt van een standaard aantal trainingsweken van 40 per jaar;
- - Incidentele trainingen zullen worden verrekend door het aantal weken, dat training wordt gegeven, te verrekenen met het standaard aantal van 40 weken per jaar.