**1..** De auditcommissie als overlegorgaan voert namens de Raad overleg met de
rekenkamercommissie, de accountant en B&W om op die manier het
auditinstrumentarium waarover de gemeente als geheel beschikt op elkaar
af te stemmen en ongewenste doublures in de controleactiviteiten te
voorkomen.
**2..** De auditcommissie als adviesorgaan assisteert de Raad in zijn
controlerende functie door toezicht te houden op:
de opvolging van door een meerderheid in de raad overgenomen
aanbevelingen die komen uit de audits uitgevoerd door de
rekenkamercommissie;
de opdracht aan, het functioneren van en de onafhankelijkheid
van de externe accountant;
de opvolging van aanbevelingen die komen uit de
accountantscontrole;
de opvolging van aanbevelingen die komen uit de audits
uitgevoerd door het college van B&W in het kader van
213a;
de opzet en werking van het “interne” auditinstrumentarium;
de effectiviteit van de beheersing van risico’s binnen de
gemeente;
de betrouwbaarheid, leesbaarheid en relevantie van de
(tussentijdse) verslaglegging ten behoeve van de raad.