De verordening kent de volgende gezichtspunten:
zwaar werk: alle vormen van spierbelasting als gevolg van zwaarte van de materialen, onderdelen, werktuigen, gereedschappen e.d. waarmee wordt gewerkt in samenhang met het vereiste werktempo;
invloed van weersgesteldheid: werken in (klimatologische ) weersomstandigheden, die bezwarend zijn bij de werkuitvoering door het onaangename karakter, zoals regen, sneeuw, mist, koude, hitte, wind, relatieve vochtigheid. Werken bij grote hitte of koude of bij sterke temperatuurswisselingen (ook tocht of in een onbehaaglijke atmosfeer;
werk met afkeer: werken in situaties, die stank (onaangename geur) geven of lichamelijke reacties (huidprikkelingen, irritaties) teweegbrengen, zoals rook, damp, nevel, stof, onaangename materialen;
werk met hinderlijk geluid, trillingen: werken in een omgeving waarbij lawaai hinderlijk is, danwel onaangenaam is in fysieke zin. Werken met hulpmiddelen / apparatuur die trillingen veroorzaken.