Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2008

1.. In de openbare vergaderingen van alle commissies kunnen toehoorders op de publieke tribune gezamenlijk gedurende maximaal tweemaal twintig minuten het woord voeren spreekrecht met betrekking tot de onderwerpen die op de agenda van die vergadering staan, met uitzondering van agendapunten aangaande de interne en/of procedurele gang van zaken en het agendapunt ‘rondvraag’. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Spreektijd aan toehoorders wordt verleend voor de eerste en de tweede termijn van de commissieleden, bedoeld in artikel 20, en voorafgaand aan een eventuele eerste bijdrage van de burgemeester, de wethouders of de initiatiefnemer van een voorstel of onderwerp. 4.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan vier sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 5.. Aan hen die geen gebruik hebben gemaakt van de eerste mogelijkheid om van het spreekrecht gebruik te maken, wordt bij de tweede mogelijkheid geen spreekrecht verleend. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de spreker na afloop van zijn bijdragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel