Degene die in strijd handelt met de bepalingen van deze verordening of zich aan wangedrag of bedrog op een markt schuldig maakt, het marktpersoneel in de uitoefening van zijn taak belemmert, dan wel direct of indirect de orde op een markt verstoort of in gevaar brengt, kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 37 en 38, door burgemeester en wethouders gelast worden zich met zijn goederen of waren ogenblikkelijk van de desbetreffende markt te verwijderen, aan welke last onmiddellijk gevolg dient te worden gegeven.