Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor een vaste plaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken of de inschrijving op de in artikel 11 bedoelde lijst doorhalen, dan wel de standplaatsvergunning telkens voor ten hoogste twee achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat:
het bij of krachtens deze verordening bepaalde overtreedt;
van de plaats gebruik wordt gemaakt, strijdig met het doel waarvoor zij is bestemd;
de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;