Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

begripsbepalingen

Onderdeel van Archeologieverordening Oss 2010

deze verordening verstaat onder: a. Archeologiebeleid gemeente Oss Archeologiebeleid gemeente Oss 2010, vastgesteld in de raad van 14 oktober 2010. b. Archeologische beschermingszone Een concreet begrensd gebied aangewezen op basis van deze verordening, nader aangeduid in een van de navolgende categorieën ‘Archeologisch monument’, ‘Hoge archeologische verwachtingswaarde 1’, ‘Hoge archeologische verwachtingswaarde 2’ of ‘Middelhoge archeologische verwachtingswaarde’, waarbinnen met een vergunningstelsel beperkingen zijn gesteld aan het uitvoeren van projecten die gepaard gaan met een verstoring van de bodem ter bescherming van de in het gebied aanwezige of te verwachten archeologische waarden. c. Archeologische beschermingszonelijst Een actuele lijst met daarop alle concreet begrensde gebieden aangewezen als archeologische beschermingszone. d. Archeologisch beschermd monument Een van rijkswege beschermd gebied (rijksmonument), aangewezen op basis van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 door de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap waarop een los van deze verordening staande rechtstreekse wettelijk bescherming en vergunningstelsel van toepassing is ingevolge artikel 11 van de Monumentenwet 1988. e. Archeologische waarden In de bodem aanwezige sporen en vondsten ouder dan vijftig jaar die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en / of hun cultuurhistorische waarde. f. Belanghebbende Belanghebbende zoals bedoeld in artikel 1:2 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht. g. Bodemverstorende activiteiten graafwerkzaamheden en / of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; verlagen of egaliseren van de bodem; heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; het verlagen van het waterpeil; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het plaatsen en / of verwijderen van funderingen; graafwerkzaamheden en / of grondbewerkingen ten behoeve van de bouw van gebouwen en andere bouwwerken. h. Bevoegd gezag Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in meest voorkomend geval het college van burgemeester in wethouders. i. Het college Het college van burgemeester en wethouders j. De verstoorder Degene die voornemens dan wel doende is een bodemverstorende activiteit te (laten) verrichten. k. Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie Kwaliteitseisen zoals die in de archeologische beroepsgroep gelden op basis van het Besluit archeologische monumentenzorg en de Regeling archeologische monumentenzorg. l. Plan van aanpak Plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden. m Programma van eisen Programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. n. Project Project als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid of 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waaronder bouwen, uitvoeren van werkzaamheden, slopen en verrichten van activiteiten die van invloed (kunnen) zijn op de fysieke leefomgeving. o. Vergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 of 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). p. Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel