Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Reikwijdte van deze verordening

Onderdeel van Archeologieverordening Oss 2010

Vooruitlopende en aanvullende beschermingsmogelijkheid op regeling via het bestemmingsplan Deze verordening strekt tot het beschermen van archeologische waarden binnen het gemeentelijk grondgebied. Via het gemeentelijk archeologiebeleid is bepaald om archeologische waarden primair te beschermen via het bestemmingsplan. Bestemmingsplannen kennen echter een lange doorlooptijd. Hierdoor kan een beschermend archeologisch regime via het bestemmingsplan in sommige gevallen te lang op zich laten wachten waarbij archeologische belangen tussentijds in het geding kunnen komen. Deze verordening biedt, wanneer daar aanleiding toe is, de mogelijkheid om archeologische beschermingszones aan te wijzen waardoor deze gebieden een voorbescherming krijgen in navolging van een regeling via het bestemmingsplan. De mogelijkheid tot het aanwijzen van een archeologische beschermingszone op basis van deze verordening omvat het gehele gemeentelijk grondgebied, met uitzondering van gronden die via bestemmingsplannen reeds een adequate archeologische beschermingsregeling hebben. Het gaat dan om gebieden die in bestemmingsplannen nog geen enkele archeologische bescherming hebben óf reeds in bestemmingsplannen een beschermingsregeling hebben maar op basis van bijvoorbeeld archeologisch onderzoek of archeologische toevalsvondst blijkt dat een strengere regeling wenselijk is. Daarnaast maakt deze verordening het mogelijk om nadere regels te stellen aan archeologische opgravingen en begeleidingen waarmee de gemeente haar wettelijk toegekende regiefunctie en verantwoordelijkheid op het gebied van archeologie beter vorm kan geven.

Rechtspraak bij dit artikel