1.De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien;
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de nadere eisen als bedoeld in artikel 9 en artikel 12 niet naleeft;
niet binnen 52 weken na afgifte van de vergunning of een door het bevoegd gezag bepaalde termijn van de vergunning gebruik wordt gemaakt.