**1..** Het college kan besluiten een gebied aan te wijzen als archeologische beschermingszone ter bescherming van de in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Een besluit tot aanwijzing dient gebaseerd te zijn op een redengevende beschrijving en dient voorzien te zijn van advies van een gekwalificeerd archeoloog ingevolge de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
**2..** Bij het besluit tot aanwijzing van een gebied tot archeologische beschermingszone wordt aangegeven welk beschermingsniveau van toepassing is zoals nader aangeduid in onderstaande categorie. Per categorie zijn grenzen aangegeven die bepalen wanneer voor een project een vergunning is vereist, uitgedrukt in oppervlak van het project en diepte ten opzichte van het maaiveld;
Archeologisch monument; vergunningsplicht voor een met bodemverstoring gepaard gaand project indien dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld.
Hoge archeologische verwachtingswaarde 1; vergunningsplicht voor een met bodemverstoring gepaard gaand project indien dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld en met een groter oppervlak dan 50 m2.
Hoge archeologische verwachtingswaarde 2; vergunningsplicht voor een met bodemverstoring gepaard gaand project indien dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld en met een groter oppervlak dan 100 m2.
Middelhoge archeologische verwachtingswaarde; vergunningsplicht voor een met bodemverstoring gepaard gaand project indien dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld en met een groter oppervlak dan 1.000 m2.
**3..** Degenen die in de kadastrale legger als eigenaar bekend staan, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord over het voornemen tot aanwijzing van het betreffende gebied als archeologische beschermingszone.
**4..** Met ingang van de datum waarop de eigenaar zoals bedoeld onder artikel 3 lid 3 de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing ontvangt als bedoeld in artikel 4, tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 5 lid 1 plaatsheeft of vaststaat dat aanwijzing niet plaatsvindt, zijn de artikelen 8 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.
**5..** De aanwijzing als archeologische beschermingszone kan geen gebied betreffen dat is aangewezen als archeologisch beschermd monument (rijksmonument) ingevolge artikel 3 van de Monumentenwet.
**6..** Projecten met bodemverstorende activiteiten die op het moment van de bekendmaking tot aanwijzing zoals bedoeld in artikel 4 legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning, mogen worden voortgezet.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
De aanwijzing tot archeologische beschermingszone
Onderdeel van Archeologieverordening Oss 2010