Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Inwerkingtreding en Overgangsregeling

Onderdeel van Toeslagenverordening Gemeente Hilversum 2010

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na te zijn bekendgemaakt. Bij de inwerkingtreding van deze verordening komt de “Toeslagenverordening Gemeente Hilversum 2007” te vervallen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 31 maart 2010 de griffier, de voorzitter, K.E. Driehuijs E.C. Bakker Algemene toelichting Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden. Per die datum is de Wet werk en bijstand (WWB) voor jongeren tot 27 jaar gesloten als het gaat om algemene bijstand in de kosten voor levensonderhoud. Als het inkomen van de jongere ontoereikend is, dan bestaat in beginsel recht op een inkomensvoorziening. Deze volgt, voor wat betreft de normering die geldt voor de hoogte van de voorziening in grote lijnen de WWB. De WIJ kent dan ook gelijke mogelijkheden om de norm te verhogen of te verlagen. Geheel analoog aan artikel 8 van de WWB schrijft artikel 12 van de WIJ voor dat de gemeenteraad hiervoor regels stelt. Om praktische redenen is besloten om de huidige Toeslagenverordening WWB aan te vullen met de WIJ bepalingen in een nieuw vast te stellen Toeslagenverordening Gemeente Hilversum 2010. De enige noodzakelijke aanpassing is opgenomen u in artikel 7 waarin is bepaald dat ingeval van een echtpaar waarbij 1 partner een zogenaamde ´niet rechthebbende`is, in beginsel geen toeslag wordt verleend. 1. Norm, toeslag en verlaging De WWB en de WIJ kennen een systeem van basisnormen met toeslagen en verlagingen. Voor de financiering door het Rijk maakt dit echter geen verschil. De bijstandsnormen zijn geregeld in paragraaf 2, in de artikelen 20 tot en met 24 WWB. In de WIJ is dit geregeld in hoofdstuk 4, in de artikelen 26 tot en met 36. Het college is verplicht om in voorkomende gevallen de norm te verhogen met een toeslag. Van de mogelijkheid om een verlaging toe te passen hoeft geen gebruik gemaakt te worden, door middel van deze verordening geeft de gemeente invulling aan deze beleidsvrijheid. Norm Voor personen van 21 jaar tot en met 65 jaar bestaan er een drietal basisnormen , te weten: gehuwden: 100% van het wettelijk minimumloon (= de gehuwdennorm) alleenstaande ouders: 70% van de gehuwdennorm alleenstaanden: 50% van de gehuwdennorm Toeslagen en verlagingen Een toeslag kan worden verstrekt aan een alleenstaande of alleenstaande ouder indien de algemeen noodzakelijke bestaanskosten niet of niet geheel gedeeld kunnen worden. De mogelijkheid tot het delen van kosten wordt aanwezig geacht als naast betreffende belanghebbende nog één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. Dan kunnen zaken als huur, gas, water en licht, maar ook krant etc. gedeeld worden. De toeslag bedraagt ten hoogste 20% van de gehuwdennorm, zodat de uitkering maximaal bedraagt voor: • alleenstaande ouders: 90% van de gehuwdennorm • alleenstaanden: 70% van de gehuwdennorm De toeslag kan worden vastgesteld op elk bedrag binnen dit maximum van 20% van de gehuwdennorm, mits dit aansluit bij het niveau van de noodzakelijke bestaanskosten. Bij de hoogte van de toeslag is er rekening gehouden dat de toeslag of bijstandsnorm lager mag worden vastgesteld op grond van de woonsituatie (artikel 27 WWB/32 WIJ), het recentelijk beëindigen van een studie (artikel 28 WWB/33 WIJ) en met de leeftijd van 21 jaar bij alleenstaanden (artikel 29WWB/34 WIJ). Dit is uitgewerkt in artikel 3 tot en met 5 van de Toeslagenverordening. De WWB/WIJ noemen de volgende verlagingen die van toepassing zijn op gehuwden: • verlaging in verband met het geheel of gedeeltelijk kunnen delen met een ander van algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan bij gehuwden (artikel 26 WWB/31 WIJ); • verlaging in verband met de woonsituatie (artikel 27WWB/32 WIJ); In de Toeslagenverordening is zijn in artikel 6 de verlagingen van de gehuwdennorm opgenomen. 2. De Toeslagenverordening In artikel 8 lid 1 onder c WWB en artikel 12 lid 1 onder b WIJ is geregeld dat de gemeenteraad bij verordening dient vast te stellen voor welke categorieën de norm verhoogd of verlaagd wordt en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald. Het door het college voorgestane beleid ten aanzien van de toeslagen moet dus worden vastgelegd in de Toeslagenverordening door de gemeenteraad, opdat het college het beleid kan uitvoeren. Categorieën Artikel 30 WWB en artikel 35 WIJ bepalen dat de Toeslagenverordening een categoriaal karakter moet hebben. Bij het afbakenen van categorieën is steeds getracht te komen tot in de praktijk eenvoudig te hanteren criteria. Daarom is er gekozen voor een forfaitaire benadering. In de Toeslagenverordening wordt, naast de toeslagen, invulling gegeven aan de verlagingen die de WWB en WIJ mogelijk maken. Eenvoudigheidshalve is de werking van de verordening beperkt tot belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, hoewel de WWB maar ook de WIJ de mogelijkheid biedt om de verlagingen ook toe te passen op belanghebbenden van 18, 19 of 20 jaar. Uitgangspunten bij de verordening De verordening is in overeenstemming met de wet- en regelgeving, en jurisprudentie. De verordening is rechtvaardig en een voortzetting van al eerder door de gemeente ingezet beleid. De bijstandsnorm moet voldoende zijn om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. De verordening moet duidelijk, eenvoudig uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Het verdient mede daarom aanbeveling het toeslagenbeleid niet te ingewikkeld te maken. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel