Inwonende kinderen worden, ongeacht de leeftijd, niet gezien als “een ander die tevens zijn hoofdverblijf heeft in de woning van de ouder”. De eventuele toeslag van de ouder wordt dus niet teruggebracht met 10 procent. Door de expliciete verwijzing van het begrip kind naar de WWB, wordt bereikt dat een pleegkind in de WIJ ook geen invloed heeft op de toeslag.
Toegevoegd is hier ook dat een verzorgingsbehoevende die zijn hoofdverblijf heeft in de woning ook niet wordt aangemerkt als een ander waarmee de kosten kunnen worden gedeeld. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat door de verzorging van de verzorgingsbehoevende door deze inwoning bij belanghebbende een opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis wordt voorkomen.
Indien de hulpbehoevende en belanghebbende een gezamenlijke huishouding voeren, zoals omschreven in artikel 3 van de wet, zijn uiteraard de wettelijke bepalingen met betrekking tot een gezamenlijke huishouding van toepassing.