Onverminderd het bepaalde in bedraagt de maximale hoogte
van een bouwwerken, voor het bouwen waarvan een
omgevingsvergunning is vereist in het vlak door de
achtergevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met:a. in de
bebouwde kom éénmaal de afstand tot de tegenoverliggende
achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok;b. buiten de
bebouwde kom 0,75 maal de afstand tot de
tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
bouwblok.
De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten
haaks op de achtergevelrooilijn ter plaatse van het
bouwwerk. Indien de te beschouwen achtergevelrooilijnen
niet evenwijdig lopen, wordt voor elke 5 meter breedte
van de achterzijde van het bouwwerk uitgegaan van de
gemiddelde afstand tussen de achtergevelrooilijnen.
Indien een tegenoverliggende achtergevelrooilijn
ontbreekt, wordt gemeten tot de dichtstbijzijnde
tegenover de achtergevelrooilijn gelegen
voorgevelrooilijn.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de
maximale hoogte van een bouwwerk in het vlak door de
achtergevelrooilijn niet meer bedragen dan de maximale
hoogte in de aangrenzende 5 meter van een aanliggende
achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.
Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager
dan straatpeil ligt, moet de in het eerste lid bedoelde
hoogte worden verminderd met een maat, gelijk aan het
verschil tussen het straatpeil en het peil van het
onderhavige terrein ter plaatse van de achtertoegang bij
voltooiing van de bouw.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.21
Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Eersel 2010