Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de
bebouwing, gelegen aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot
aan de voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien
in die achtergevels ramen aanwezig zijn, dan bedraagt -
onverminderd het bepaalde in - de maximale hoogte van de
zijgevel van het eerste bouwwerk aan laatstgenoemde weg
nabij de hoek ten hoogste 1,5 maal de afstand van deze
zijgevel tot de achtergevelrooilijn die bij de
eerstgenoemde weg behoort. Deze afstand moet op dezelfde
wijze worden bepaald als beschreven is in , tweede lid,
voor de bepaling van de afstand tussen twee
achtergevelrooilijnen.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mits de
zijgevel niet hoger is dan de voorgevel.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.22
Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Eersel 2010