Onverminderd het bepaalde in mag een bouwwerk, voor het
bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist,
tussen de voor- en de achtergevelrooilijn niet hoger
reiken dan tot de vlakken die de verticale vlakken door
de voorgevelrooilijn en door de achtergevelrooilijn
snijden op de - krachtens de en - maximale bouwhoogte en
die met het horizontale vlak een hoek vormen van:a. 45
graden in de bebouwde kom;b. 37 graden buiten de
bebouwde kom.
Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een
zijgevel heeft die gelegen is tegenover een
achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit
bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak
dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter
hoogte van de - krachtens - maximale bouwhoogte en dat
met het horizontale vlak een hoek vormt van 56
graden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.23
Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Eersel 2010