1.De raad benoemt, op voordracht van de selectiecommissie, uit de leden van de rekenkamercommissie een plaatsvervangend voorzitter. 2. De raad benoemt één plaatsvervangend lid van de rekenkamercommissie op voordracht van de selectiecommissie. De plaatsvervangend voorzitter wordt door de raad in functie benoemd. 3. Het tweede. het derde en het vierde lid van artikel 6 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het plaatsvervangend lid.
Artikel 7:
Benoeming en herbenoeming plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangend lid
Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Heusden 2005