Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5:

Artikel 5:

Onderdeel van Verordening Burgerinitiatief

De initiatiefgerechtigde moet erop kunnen vertrouwen dat zijn voorstel/onderwerp spoedig wordt getoetst aan de vereisten en dat een besluit wordt genomen over de behandeling. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook niet zo kort dat ze onvoldoende is om het voorstel te kunnen controleren. Verzoeken waarover de Raad niet bevoegd is, kan de Raad doorzenden naar het college. Dat zal met name gebeuren als het college bij het betreffende onderwerp wel bevoegd is. Met het vierde tot en met zesde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatief door de Raad. Op grond van het zesde lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Er is in deze modelbepalingen voor gekozen in het midden te laten hoe de Raad verder met het burgerinitiatief omgaat. Er is niet bedoeld dat de Raad altijd plenair het voorstel inhoudelijk moet behandelen. Het ligt wel voor de hand dat de volle Raad beslist over het te volgen traject, maar een besluit over een burgerinitiatief kan uiteraard ook in een informatievergadering inhoudelijk worden voorbereid. Ook kan de Raad van mening zijn dat nader onderzoek moet worden gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel