Indien ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift dan wel op het tijdstip waarop het in artikel 37, lid 2, onder b., bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken en de belanghebbende aantoont dat ten gevolge van een door hem gemaakte vergissing, die de heffingsambtenaar
ten tijde van de vaststelling van de belastingaanslag of,
indien de belanghebbende tegen de aanslag tijdig in bezwaar is gekomen, ten tijde van het doen van uitspraak op het bezwaarschrift, bekend was of redelijkerwijs bekend had moeten zijn, te veel belasting is geheven, wordt voor de toepassing van artikel 38, onder b., de driejaarstermijn verlengd met drie jaren.
Indien de belanghebbende aantoont dat te veel belasting is geheven ten gevolge van een aan de heffingsambtenaar toe te rekenen vergissing, die de belanghebbende redelijkerwijs niet heeft kunnen opmerken voor het einde van de in artikel 38,, onder b., bedoelde periode, wordt de driejaarstermijn eveneens met drie jaren verlengd.
Toelichting bij artikel 41
Een vergissing in de zin van dit artikel omvat niet een onjuistheid, waarvan de belanghebbende zich bewust was of had kunnen zijn, en evenmin een keuze, die de belanghebbende achteraf wenst te wijzigen. Dit artikel ziet met name op de volgende vergissingen:
een door de belanghebbende gemaakte vergissing, die de heffingsambtenaar bekend was of had moeten zijn, bijvoorbeeld een kenbare telfout in een aangiftebiljet;
een door de heffingsambtenaar gemaakte vergissing, die de belanghebbende niet binnen de driejaarstermijn heeft opgemerkt of kunnen opmerken, bijvoorbeeld een fout in de berekening van de heffingsgrondslag of het belastingbedrag.
Hoofdstuk VII
Artikel 41
Termijnverlenging
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004