Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Beoordelingsgesprek

Onderdeel van Regeling HR-cyclus

1.. In onderling overleg stellen de leidinggevende en de ambtenaar een datum vast voor een beoordelingsgesprek. 2.. Het beoordelingsgesprek wordt gevoerd tussen de leidinggevende en de ambtenaar. 3.. Het beoordelingsgesprek is een eenzijdig gesprek. De leidinggevende licht in het gesprek zijn of haar voorlopige beoordeling toe. 4.. De ambtenaar krijgt in het beoordelingsgesprek de gelegenheid om zijn of haar visie op het functioneren tijdens de beoordelingsperiode kenbaar te maken. 5.. Indien de ambtenaar van mening is dat essentiële informatie betrokken kan worden van een informatieverstrekker, die nog niet ingeschakeld is door de eerste beoordelaar, dan kan hij of zij dat in het beoordelingsgesprek aangeven. De leidinggevende zal dan alsnog informatie inwinnen van deze informatieverstrekker. Deze informatie zal meegenomen worden bij het opstellen van de definitieve beoordeling. 6.. De ambtenaar kan in het beoordelingsgesprek aangeven dat hij of zij in het beoordelingsverslag zijn/haar visie wil aangeven.

Rechtspraak bij dit artikel