Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Persoonlijk Jaarplan

Onderdeel van Regeling HR-cyclus

1.. Met elke ambtenaar wordt jaarlijks naar aanleiding van het plangesprek een Persoonlijk Jaarplan opgesteld over: de door hem of haar te realiseren werkresultaten; de door hem of haar te ontwikkelen competenties; de wijze van ondersteuning door de leidinggevende. 2.. Het Persoonlijk Jaarplan vormt de basis voor het te voeren voortgangsgesprek en de beoordeling, zoals bedoeld in hoofdstuk 3 respectievelijk hoofdstuk 4 van deze regeling. 3.. De door de ambtenaar te realiseren werkresultaten worden SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) geformuleerd en de te ontwikkelen competenties worden in termen van zichtbaar gedrag geformuleerd. 4.. De leidinggevende draagt zorg voor de vastlegging van het Persoonlijk Jaarplan. 5.. Uiterlijk vier weken na het plangesprek wordt het Persoonlijk Jaarplan door zowel de ambtenaar als de leidinggevende digitaal ondertekend. Voor buitendienstmedewerkers zal verslaglegging digitaal plaatsvinden, maar de verslaglegging wordt fysiek ondertekend door de leidinggevende en de ambtenaar. 6.. Direct na ondertekening van het Persoonlijk Jaarplan kan de ambtenaar de verslaglegging inzien in het digitale beoordelingssysteem. De ambtenaar ontvangt daartoe een wachtwoord. 7.. De gespreksformulieren zijn digitaal beschikbaar en kunnen zowel door de leidinggevende als de betreffende ambtenaar worden ingevuld en ondertekend. 8.. De leidinggevende en de ambtenaar zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoering en het bewaken van de afspraken.

Rechtspraak bij dit artikel