**1..** Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen gemiddeld niet uitkomt boven 105 procent van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, aanhef, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand dan wel de op hem van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 29 van de Wet investeren in jongeren, vermeerderd of verminderd met de op grond van de artikelen 30 tot en met 34 van de Wet investeren in jongeren door het college vastgestelde verhoging of verlaging.
Hoofdstuk 2 Recht op langdurigheidtoeslag
Artikel 3
Langdurig, laag inkomen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2010