Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 Recht op langdurigheidtoeslag

Artikel 4

Hoogte van de langdurigheidtoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2010

De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor gehuwden € 498,00; voor een alleenstaande ouder € 447,00; en voor een alleenstaande € 349,00. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de Wet werk en bijstand dan wel artikel 2 of artikel 42 lid 1 van de Wet investeren in jongeren komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel