1. 1. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit waarin wordt voorzien in de toekenning van een duurzaamheidslening intrekken indien:
    • - de aanvrager niet voldoet aan de bij of krachtens deze verordeninggestelde voorschriften en/of bepalingen;
    • - de duurzaamheidslening is toegekend of vastgesteld op grond vandoor de aanvrager onjuist verschafte gegevens;
    • - over een deel van of het geheel van (reeds) gesubsidieerde kosteneen duurzaamheidslening is aangevraagd en/of toegekend.
  2. 2. Bij de intrekking kunnen burgemeester en wethouders de contante waarde van het reeds genoten en of toekomstige rentevoordeel geheel of gedeeltelijk terugvorderen.