Naar hoofdinhoud
1.. De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie. 2.. De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadslid zijn, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad benoemd. De leden die geen deel uitmaken van de raad worden voor een periode benoemd die niet langer is dan 6 jaar. 3.. De rekenkamercommissie benoemt haar voorzitter, niet zijnde een raadslid, uit haar midden. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met het secretariaat en de onderzoekers. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt een door de commissie aangewezen lid als plaatsvervanger op. 4.. Bij een tussentijdse vacature pleegt, voorafgaand aan de benoeming van de leden, de raad overleg met de rekenkamercommissie.

Rechtspraak bij dit artikel