Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.2

Exploitatie horecabedrijf

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001

1. Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester (exploitatievergunning). Deze vergunning dient door de houder te worden aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. Indien naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende vaststaat of wordt voldaan aan de criteria, gesteld in artikel 2.3.1.3, tweede lid, kan door de burgemeester een vergunning worden afgegeven voor een proefperiode van ten hoogste 1 jaar (voorlopige vergunning). 3. Indien gedurende de proefperiode als bedoeld in het tweede lid blijkt dat niet voldaan wordt aan de criteria, gesteld in artikel 2.3.1.3, tweede lid, kunnen door de burgemeester nadere voorschriften worden gesteld of kan de burgemeester de voorlopige vergunning intrekken. 4. Indien tijdens de proefperiode niet van bezwaren is gebleken, deelt de burgemeester de houder van het horecabedrijf schriftelijk mede, dat de voorlopige vergunning met ingang van een nader door hem te bepalen datum dient te worden beschouwd als een vergunning, bedoeld in het eerste lid. 5. Bij het onherroepelijk worden van een verleende nieuwe vergunning vervalt de oude vergunning van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel