In deze afdeling wordt verstaan onder:
a wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden, de daarin liggende bruggen en duikers alsmede de tot de wegen behorende paden en bermen of zijkanten;
b voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:
1 treinen en trams;
tweewielige fietsen, tweewielige bromfietsen;
invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
4 kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen;
c parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001