1 Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
a drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren dan wel
b de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
2Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:
a het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
b het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
3 Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend:
a voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
b voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.
4 Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1.2
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001