De taken met betrekking tot de uitvoering van de financieringsfunctie zijn als volgt verdeeld:
De gemeenteraad:
1. Stelt het financieringsbeleid vast.
Houdt toezicht op de uitvoering van het financieringsbeleid.
Stelt de financieringsparagraaf vast, als onderdeel van de begroting en de jaarrekening.
Het college van burgemeester en wethouders:
Draagt zorg voor de uitvoering van het financieringsbeleid.
Houdt toezicht op de financieringsactiviteiten.
Legt verantwoording af aan de gemeenteraad over de financieringsactiviteiten.
Het hoofd Financiële Functie Bestuursdienst:
Voert het financieringsbeleid uit binnen de aan hem gemandateerde bevoegdheden.
Zet een zodanige administratieve organisatie op (inclusief functiescheiding) dat het bestaan en de goede werking van de financieringsactiviteiten is gewaarborgd.
Toetst of de financieringsactiviteiten conform de opgezette administratieve organisatie worden uitgevoerd.
Legt via de directeur Bestuursdienst verantwoording over de uitvoering van zijn taken af aan het college van burgemeester en wethouders.
De concerncontroller:
Toetst het financieringsbeleid op actualiteit.
2. Adviseert over inrichting van de financieringsfunctie.
3. Toetst of het vastgestelde financieringsbeleid wordt nageleefd;
Toetst de aanwezigheid van een adequate administratieve organisatie inzake de uitvoering van de financieringsfunctie.
Beoordeelt de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening over de financieringsactiviteiten.
Rapporteert rechtstreeks aan het college van burgemeester en wethouders.