1.Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot:
Het uitzetten van geldmiddelen, rekening houdend met de in artikel 4 geformuleerde richtlijnen en limieten, zonder maximum.
Het aantrekken van geldmiddelen, rekening houdend met de in artikel 4 geformuleerde richtlijnen en limieten, zonder maximum.
Het aangaan, wijzigen en beëindigen van rekening-courant-overeenkomsten rekening houdend met de in artikel 4 geformuleerde richtlijnen en limieten.
Het garanderen aan geldgevers van de betaling van rente en aflossing van geldleningen door:
Woningbouwcorporaties voor zover met deze geldleningen Ridderkerks volkshuisvestingsbelangen worden gediend.
Plaatselijke instellingen, werkzaam in het sociale en/of culturele belang van Ridderkerk.
.
2.De in het kader van dit artikel genomen besluiten worden ter kennisneming voorgelegd aan de raadscommissie belast met het financieringsbeleid.