Dit statuut geeft uitvoering aan het personeelsbeleid waarbij het personeelsaspect een gelijkwaardige plaats inneemt naast technische, economische en andere aspecten. Teneinde zulks te waarborgen dient aan de volgende sociale, juridische en procedurele randvoorwaarden te worden voldaan:
de vormgeving van de nieuwe organisatie-onderdelen zal zodanig zijn dat aan de individuele ambtenaar voldoende mogelijkheden worden geboden om optimaal te kunnen functioneren;
iedere ambtenaar van het bij de reorganisatie betrokken organisatie-onderdeel heeft recht op plaatsing in een functie in de nieuwe organisatie-opzet. De reorganisatie zal geen gedwongen ontslagen tot gevolg hebben;
plaatsing zal zoveel mogelijk in een functie geschieden die dezelfde is als in de huidige situatie. Als uitgangspunt geldt het voldoen aan de profieleisen als een belangrijke voorwaarde:
plaatsing in een andere functie kan slechts geschieden in een functie die voor de amtbenaar passend of geschikt kan worden geacht. Hierbij wordt zo mogelijk rekening gehouden met de wensen van de ambtenaar;
voordat tot plaatsing in de nieuwe structuur wordt overgegaan wordt voor de ambtenaar de functieschaal van de huidige functie vastgesteld;
de geldende bepalingen met betrekking tot de rechtspositie blijvend onverminderd van toepassing, tenzij in dit statuut een afwijkende regeling is getroffen;
de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid wordt gevoerd blijven onverminderd van toepassing, tenzij in dit statuut een afwijkende regeling is getroffen;
gedurende elke fase van het reorganisatieproces worden de direkt betrokken ambtenaren steeds tijdig over de voorgang geïnformeerd, opdat het proces voor een ieder inzichtelijk blijft en de ambtenaren de gelegenheid krijgen via de daarvoor aangegeven wegen hun inbreng te leveren;
iedere ambtenaar die te kennen geeft voor een andere - niet direct krachtens het bepaalde onder c. te vervullen - functie in de nieuwe organisatie-opzet in aanmerking te willen komen, wordt in de plaatsingsprocedure meegenomen.