**1..** Het college verleent geen subsidie, indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidie beschikking heeft ontvangen;
de kosten van de voorzieningen minder bedragen dan € 680,87;
de kosten van de voorzieningen op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn gedekt;
de karakteristiek van het pand wordt aangetast;
voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is vereist en deze niet is verleend;
de uitkomst van de afweging op grond van artikel 5 zodanig is, dat het toekennen van de subsidie niet zinvol wordt geacht;
wanneer door toekenning van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden;
**2..** in bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder c.