De voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 3, 4 en 5 worden toegekend aan personen die voldoen aan de voorwaarden zoals bedoeld in deze artikelen.
Als inkomen van aanvrager wordt aangemerkt het werkelijke netto-inkomen zonder enige vrijlating. De middelen zoals genoemd in artikel 31, lid 2, WWB en de langdurigheidstoeslag blijven buiten beschouwing.
Indien het vermogen van aanvrager meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen zoals dat geldt voor de toepassing van Wet werk en bijstand, wordt geen bijdrage verleend. Het vermogen in een eigen woning wordt buiten beschouwing gelaten indien het totaalbedrag van de verleende bijdragen op jaarbasis niet hoger is dan 1 maal de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm per maand.
Indien het inkomen van aanvrager op jaarbasis meer bedraagt dan 115% maar minder dan 120% van het norminkomen zoals bedoeld in artikel 1, wordt 50% van de bijdrage verleend.
Indien het inkomen van aanvrager op jaarbasis meer bedraagt dan 120 % van het norminkomen zoals bedoeld in artikel 1, wordt geen bijdrage verleend.
Hoofdstuk
Artikel 7
Toekenning en vaststelling van de hoogte van de bijdragen
Onderdeel van Minimaverordening Meedoen 2008