Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Verhouding inkomen-huurprijs

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007

1.. Het inkomen van het huishouden moet in redelijke verhouding tot de huurprijs staan. Voor de bepaling van deze verhouding hanteert het college de tabel opgenomen in bijlage 1 van deze verordening. Deze verhouding is niet van toepassing op de huurtoeslag als bepaald in artikel 36. 2.. Voor woonruimte van eigenaren met wie geen convenant is afgesloten, en waarvan de huurprijs ligt beneden de huurprijsgrens zoals opgenomen in bijlage 1, artikel 1, lid 2 van deze verordening, wordt bij voorrang vergunning verstrekt aan een huishouden dat volgens de in bijlage 1, artikel 1 lid 2 opgenomen tabel passend is. 3.. Voor de bepaling van het inkomen gelden de volgende regels: als geen aanslag voor de inkomstenbelasting is opgelegd, geldt als bewijsstuk het laatste inkomstenbewijs van de werkgever(s) en / of uitkerende instantie(s) met betrekking tot het bruto inkomen; als wel een aanslag voor de inkomstenbelasting is opgelegd geldt het laatst bekende belastbare jaarinkomen; bewijsstuk is de daarop betrekking hebbende aanslag inkomstenbelasting; het college kan verzoeken een zgn. IB-60 formulier over het meest recente kalenderjaar te overleggen ter controle van het inkomen; als de aanvrager kan aantonen dat het inkomen, sinds de vaststelling hiervan volgens a) of b), is veranderd of binnen 13 weken zal veranderen, dan geldt dit actuele inkomen. 4.. Het college is bevoegd de in de bijlage 1 opgenomen verhouding tussen huur en inkomen (huurquote) en overige bedragen in bijlage 1 jaarlijks aan te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel