**1..** De omvang van het huishouden moet in redelijke verhouding staan tot de woninggrootte. De verhouding wordt getoetst als:
de huurprijs lager is dan de huurprijsgrens (woningen van corporaties waarmee geen huisvestingsconvenant is afgesloten);
de huurprijs lager is dan het bedrag zoals is opgenomen in artikel 1, lid 1 van bijlage 1 van deze verordening (woningen van overige woningeigenaren).
**2..** Bij de toepassing van lid 1 hanteert het college bij verhuurders met wie geen convenant is afgesloten de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding tussen het aantal leden van het huishouden en het daarbij passende aantal kamers van de woonruimte.
Omvang huishouden
Passend aantal kamers
1 persoon
1-3
2 personen
2-4
3 personen
3-4
4 personen
3-4
5 personen
4-5
6 personen
4-5
7 en meer personen
5 of meer kamers
**3..** Voor de bepaling van de grootte van het huishouden van de aanvrager geldt:
het ongeboren kind telt mee als een verklaring van een arts of verloskundige van een zwangerschap van tenminste zes maanden kan worden overgelegd;
een één oudergezin wordt gelijkgesteld aan een gezin met twee ouders.
**4..** Voor de bepaling van het aantal kamers van de woning geldt:
kamers en suite tellen als één kamer;
kamers met een vloeroppervlakte van minder dan 5m2 tellen niet mee;
als er geen badkamer of douche aanwezig is, telt de kleinste kamer niet mee.
**5..** In afwijking van het bovenstaande is onzelfstandige woonruimte ook passend voor de alleenstaande woningzoekende die ingevolge de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten of in het bezit is gesteld van een vergunning tot verblijf als bedoeld in die wet, als zij in verband hiermee woonruimte nodig hebben.