Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14

Urgentieverklaring

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007

1.. Als een woningzoekende die voldoet aan artikel 9 lid 2 van de wet en artikel 8 van deze verordening, en ingezetene is van de regio Zuid-Kennemerland, dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte, kan het college in de artikel 15 en 16 omschreven gevallen op schriftelijk verzoek een urgentieverklaring verlenen. 2.. Woningzoekenden die zelf verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de ontstane woonproblematiek of die onvoldoende pogingen hebben gedaan om zelf een oplossing te vinden, komen niet in aanmerking voor een verklaring. 3.. Bezitters van een verklaring kunnen 26 weken (vanaf de datum van afgifte) met voorrang boven andere woningzoekenden in aanmerking komen voor een vergunning. Daarbij gelden de passendheidseisen in artikel 10 en 11. 4.. Een verklaring is geldig in alle regiogemeenten. Met de urgentieverklaring kan met voorrang gereageerd worden op alle woningen die voldoen aan het zoekprofiel dat is opgenomen in de verklaring. Uitgangspunt van het zoekprofiel is dat er met de verklaring geen sprong voor- of achteruit in de wooncarrière wordt gemaakt. 5.. Bezitters van een verklaring worden bij de rangordebepaling bovenaan geplaatst. Als meerdere woningzoekenden met een verklaring reageren, wordt degene met de oudste, nog geldige verklaring bovenaan geplaatst. 6.. De eerste 13 weken kan men zelf reageren op het woningaanbod. De overige 13 weken kan, indien nodig, gericht worden gezocht door Woonservice. Ook tijdens deze tweede periode kan men zelf reageren op het aanbod. De verklaring vervalt als passende woonruimte is gevonden, of in de tweede periode is aangeboden. 7.. De termijn van 26 weken kan eenmalig met 26 worden verlengd als nog geen passende woonruimte is vrijgekomen. 8.. Er kan worden bepaald dat de verklaring geen voorrang geeft bij de toewijzing van relatief schaarse woningen. 9.. De verklaring vervalt door verloop van de geldigheidsduur of het afgeven van een vergunning op naam van (onder meer) de urgentverklaarde. 10.. Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de urgentverklaarde, besluiten de inhoud van de verleende verklaring te wijzigen of de verklaring in te trekken. 11.. Als een urgentieverklaarde binnen de termijn geen gebruik heeft gemaakt van de verklaring, terwijl er naar het oordeel van het college in deze termijn passende huisvesting beschikbaar is gekomen, hetzij via reageren op aanbod, hetzij door een passend aanbod van Woonservice, wordt op grond van dezelfde feiten of omstandigheden die hebben geleid tot de urgentieverklaring, niet opnieuw een verklaring afgegeven. 12.. Het college kan een verklaring intrekken, als: aan de eisen voor een verklaring niet meer wordt voldaan; de verklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. 13.. Het college kan met instanties die werkzaam zijn op sociaal, maatschappelijk of medisch terrein, afspraken maken over af te geven urgentieverklaringen voor cliënten van deze instellingen die wegens bijzondere omstandigheden een verklaring nodig hebben, maar aan de reguliere voorwaarden hiervoor niet voldoen. 14.. De urgentieverklaring bevat in ieder geval: de personalia van de urgentverklaarde; de geldigheidstermijn van 26 weken; een zoekprofiel: woningtypen waarvoor de verklaring geldig is, met als uitgangspunt de kenmerken van de achter te laten woning (indien van toepassing) en rekening houdend met de achtergrond van de urgentie. 15.. Er wordt regionaal een actueel overzicht bijgehouden van alle geldige urgentieverklaringen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel